Jules Schelvis bevond zich in het transport van 1 juni 1943 van Westerbork naar Sobibor. Na aankomst werden 80 mannen geselecteerd om in een ander kamp dwangarbeid te verrichten. Schelvis wist zich bij hen aan te sluiten. Met de gedachte dat hij zijn vrouw ’s avonds weer zou zien verliet hij het kamp. Rachel werd vrijwel direct vergast.
Drie maanden later, 14 oktober 1943, vond er in het kamp een grote opstand plaats. Honderden gevangenen lukte het die dag te ontsnappen. Sobibor werd direct gesloten en met de grond gelijk gemaakt. Niets mocht zichtbaar blijven van de plek waar meer dan 170.000 Joden uit verschillende Europese landen waren vermoord.
Jules Schelvis bleek na de Tweede Wereldoorlog de enige overlevende van dit veertiende transport. Na zijn pensionering publiceerde hij zijn ervaringen in Binnen de poorten (9789067076265; Uitgeverij De Bataafsche Leeuw B.V.) en het standaardwerk Vernietigingskamp Sobibor (ISBN: 9789067076296; Uitgeverij De Bataafsche Leeuw B.V.).
Tijdens het concert leest hij voor uit Er reed een trein naar Sobibor (ISBN: 978-90-72486-50-9; uitgave: Herinneringscentrum Kamp Westerbork).